Nieuw Zeeland deel 5
15 november 2017 - Te Anau, Nieuw-Zeeland
5-11-2017: Vandaag verlaten we Kaikoura. Na een ontbijtje in de zon vertrekken we naar het zuiden langs de oostkust richting Christchurch over highway 1. De verwachting was dat het geen snelle rit zou worden. Deze weg heeft erg te lijden gehad van de recente aardbeving en daardoor waren er veel herstelwerkzaamheden. Maar hij was gelukkig tijdelijk open, door de weeks zit hij vaak dicht. Regelmatig hebben we nog gestopt om over de zee terug te kijken op Kaikoura en op de baai. Janneke wilde nog graag een glimp opvangen van de dolfijnen waar ze de vorige dag mee had gezwommen en van had genoten. Uiteindelijk zag ze met de verrekijker ver weg in de baai nog enkele dolfijnen rond een boot spelen. Via wederom een mooie weg zochten we vlak voor Christchurch een camping op aan de kust. Nu bij Spencerville. Dit plaatsje ligt aan een lagune. Van hieruit konden we mooi beginnen aan de oversteek naar de westkust van NZ. Na de camper een mooi plekje te hebben gegeven zijn wij halverwege de middag begonnen aan een wandeling langs de lagune en het strand. Er stond een stevig windje met een blauwe hemel. Het was een mooi gezicht om het zeewater met vloed de lagune te zien binnen dringen. Op het beginpunt van de lagune stroomde er ook een rivier de zee in. Het binnendringende zeewater water was in gevecht met het rivierwater wat naar buiten wou. Bij de monding werd aan de overzijde van de rivier druk gevist. De zijde waar wij liepen zag er anders uit. Deze lag zwaar bezaaid met hout van bomen. Doordat veel hellingen van bergen aflopen in zee komen er veel omgevallen bomen in zee terecht. Ook de ontelbare rivieren brengen dit hout naar zee. De stroming en de wind zorgen er dan voor dat dit hout elders weer op het land wordt geworpen. Apart was wel het aanblik van de vele karretjes met fijn gemaasde “kooitjes” tussen dit opgeworpen hout. Deze “kooitjes” worden gebruikt voor het vangen van Whitebait. Dit zijn hele kleine visjes die hier als delicatesse worden gezien. Ik had in de Abel Tasmanbaai al eens gesproken met een visser die daar ook op Whitebait viste en hij had mij toen iets van zijn vangst laten zien. Doorgaans ben ik wel voor te porren om iets nieuws en onbekends te proeven maar dit laat ik me voorbijgaan. Nog een paar nieuwe vogeltjes gezien en bij terugkomst in de camper een maaltje met groene asperges en zalm gekookt.
6-11-2017: Na een nachtje met flinke wind hebben we ’s-ochtend in het zonnetje buiten ontbeten. Hierbij hadden we bezoek van een merel. Deze was redelijk brutaal en zat tijdens ons ontbijt gewoon op de hoek van de tafel mee te kijken om vervolgens met een stukje roomboter wat hij van tafel pikte naar zijn nest te vliegen. Vandaag gaan we naar het westen. We moeten dan weer de Nieuw-Zeelandse Alpen oversteken en doen dat via de Arthur’s Pass. Volgens zeggen de mooiste van de drie alpine passen die er zijn. Via een erg lange kaasrechte weg door een stuk laagland rijden we recht op de prachtige besneeuwde toppen van de Alpen af. Voordat we de klim gaan maken tanken we nog even. Tankstations worden steeds schaarser naarmate we zuidelijker komen. Tijdens een praatje met de pomphoudster horen we dat het daar erg hard vannacht gewaaid en geregend heeft. Ook zouden de komende dagen slecht zijn. Dat zien we dan wel. Bij onze klim naar de pas hebben we prachtig weer. En inderdaad men had zekers niets teveel gezegd. Met werkelijk prachtige vergezichten, steeds veranderende landschappen klommen we naar boven om vervolgens over een stuk prachtig vlak alpenlandschap te rijden. Vlak na de Arthur’s Pass stoppen we even om een kleine wandeling te maken naar de “Devils Punchbowl”. Dit is een waterval van 131 meter hoog. Terug naar de camper gaat het een beetje regenen. We wilden ook nog een kleine wandeling maken in hetzelfde gebied maar daar zagen we vanaf wegens de regen. Tijdens een klein stopmomentje op een, door de regen, helaas niet zo’n mooi uitzicht punt werden we weer verrast. Bij het keren van de auto zagen we voor onze camper onder de bomen op een hekje een grote Kea schuilen voor de regen. De Kea is een papagaai die wel 46 cm groot kan worden. En nadat deze Kea ons een tijdje had bekeken bleek hij niet echt schuw te wezen. Hij kwam van zijn hekje af en ging vrolijk rond paraderen over de parkeerplaats. Dit tot ons vermaak en andere toeristen die waren gestopt. Later hoorde we dat deze dieren zeker niet schuw zijn. Er zijn verhalen bekend dat ze bij wegwerkzaamheden ’s-avonds als de wegwerkers naar huis waren alle geplaatste pylonen omgooiden en van de weg afsleepten. Dit tot ergernis van de wegwerkers. Zij dachten in eerste instantie dat dit mensenwerk was. Pas na het plaatsen van camera’s ontdekten men pas wie de werkelijke daders waren. Na dit leuke tafereel zijn we nog een stukje doorgereden naar Jackson. Hier op een prachtige camping een plekje gezocht. De eigenaresse van de camping vertelde ons dat in het bos achter de camping glowworms te zien waren en soms ook Kiwi’s. Hiervoor moesten we dan wel in het pikkedonker het bos in. Aangezien het intussen droog geworden was besloten we dit maar eens in de avond te doen. Eerst op de elektrische Bbq van de camping ons avondeten, lamsbout, bereid. Dit was toch wel even een momentje om aan mijn zeer gewaardeerde collega Mirjam te denken. Soms hebben we discussie over wat nu echt barbecue-en is? Ik hou altijd vol dat dat alleen echt is als het op houtskool of briketten is. Maar nu ik op zo’n elektrisch buitenkeukentje bezig ben geweest snap ik wel wat ze bedoelt: zonder teveel poespas bereid je verschillende soorten vlees en groenten tegelijk klaar of hou je iets warm. Het biedt zeker meer en andere mogelijkheden en is beter schoon te houden. Iets voor op het verlanglijstje. Vlak voor dat het echt donker werd zijn we voorzien van ons hoofdlampje en zaklampje met roodlicht het regenwoud ingegaan. Al vrij snel zag je tussen de bomen en tussen de stenen en de wortels de glimwormpjes opgloeien. Maar naast de glimwormen kwamen we ook voor de Kiwi. Dus besloten we een stukje verder het woud in te gaan richting een waterval. Na verloop werd het steeds dichter begroeid en zag je met het rode licht niet alles meer. En de waterval hoorden we alleen maar. Hierop besloten we terug te gaan naar een plek waar veel gloeiwormen zouden zitten. Er zou nog een plek zijn waar je een hele wand vol lichtjes zou kunnen zien. Op zoek na deze plek vergaten we even waar we precies vandaan waren gekomen. Her en der waren we tussen bomen en rotsen door geklauterd. En nadat we de wand met de vele gloeiwormpjes hadden bewonderd konden we onze weg niet direct terugvinden. Oeps.. het vooruitzicht om de nacht in dit regenwoud door te brengen op misschien hemelsbreed 500 meter van onze camper was niet direct iets waarop wij ons verheugden. We waren goed aangekleed maar slapen in een bos!! Nee, dat wilden we niet. Na een kleine twintig minuten in het regenwoud lichtelijk verdwaald rondgedoold te hebben vond Janneke de doorgang tussen de rotsen waar wij tussendoor waren afgedaald. Alleen te zien als je er in een bepaalde hoek voorstond want we waren hier al een paar keer aan voorbij gelopen. Al met al wel weer even een spannend momentje. Bij terugkomst in de camper maar even een borrel genomen op de goede afloop.
7-11-2017: De ochtend ziet er nog mooi uit als we verder trekken naar de Westkust. Ons reisdoel is Okarito. Hier zou iemand wonen die een slagingspercentage van 98% had in het vinden en zien van Kiwi’s. En wij vonden dat we toch minimaal een Kiwi in de vrije natuur moesten zien nu we in NZ waren. Zodra we de kust bereikt hadden hebben we deze man gebeld om te kijken of we bij hem terecht konden voor een tour. Dat kon gelukkig. Maar niet voor vandaag. Er werd namelijk veel regen voorspeld en storm. En dan werkt het zoeken van Kiwi’s niet. Het was in de tussentijd inderdaad al gaan regenen en het waaide ook al flink. Op weg naar Okarito zijn we gestopt in Hokitika en hebben een jade museum/atelier bezocht. Voor Maori’s is jade erg belangrijk, zowel in de symboliek dan wel als gebruiksvoorwerp. En zoals bijna alles hier gaat achter alles een verhaal schuil. Maori’s hadden geen schrift. Wel waren het goede verhalenvertellers. En door het door vertellen van deze verhalen, over voorouders en hun goden hielden ze hun geschiedenis in leven. Zo zou jade de tranen zijn van een vrouw die al dan niet vrijwillig bij haar man vandaan was gegaan. Ook hier nog een wandeling langs het strand gemaakt. Deze stranden hebben namelijk nog een andere geschiedenis. Ooit was er in NZ sprake van een zogenaamde “Goldrush” (goudkoorts). In de rivieren hier werd namelijk naast de mooie groene stenen ook goud gevonden. Hierop kwamen bootladingen met gelukszoekers deze kant op. En aangezien er in die tijd, zo rond 1860, nog vrijwel geen “law and order” hier heerste kon je wel indenken hoe het er hieraan toe ging. Daarnaast was het erg moeilijk om hier aan wal te komen. Door de heersende windrichting en het feit dat veel rivieren bijna in een noord-zuid richting (dus bijna parallel aan de kust) in zee liepen verging er hier ongeveer iedere tien weken, alleen al bij Hokitika, wel een schip voor de kust of hij werd op de kust geworpen. Op een gegeven moment was het de drukste haven van NZ. Iets waar je nu werkelijk niets meer van terug vindt. Tegen het einde van de middag zijn we doorgereden naar Okarito. Onze camper neergezet op een simpele DOC camping. De regen kwam in de tussentijd met bakken naar beneden en de wind wakkerde flink aan. De camper stond hevig te schudden, om zeeziek van te worden. Deze Westcoast staat bekend om zijn regenval. Niet dat het meer regendagen heeft dan de rest van NZ maar wel omdat als het regent het ook gelijk in grote getalen naar beneden komt. Dit zou een onrustig nachtje worden. ’s-Avonds hoorde we de zee dan ook onstuimig te keer gaan. Achteraf maar goed dat we niet wisten hoe dicht we aan zee stonden. Na Nederlandse maatstaven zou je met storm in het vooruitzicht je plekje toch wat veiliger en hogerop opgezocht hebben.
8-11-2017: Vandaag geen reisdag. Vlak bij de camping woont degene die ons vanavond mee gaat nemen op Kiwi-jacht. We slapen lekker uit. Buiten regent het nog en de wind is nog flink. In de loop van de ochtend stopt de regen maar de wind blijft nog fors. Janneke was al een rondje wezen lopen. Bij terugkomst wist ze te vertellen dat we maar enkele tientallen meters van de zee stonden. Die zee hebben we vannacht ondanks de regen goed gehoord. In de middag komt er een zonnetje door en wandelen nog een stukje langs het strand en de lagune. De wind is nog fors en wij vragen ons af of de Kiwi-jacht wel doorgaat. Maar zoals op veel momenten deze vakantie hebben we met het weer het geluk aan onze zijde. De hemel wordt blauw en de wind gaat liggen. Wij eten vroeg en melden ons bij het Kiwi Encouter Centre. Naast onze warme kleding hoeven we maar één ding mee te nemen, geduld. En laten we dat nu allebei, als het ons uitkomt, hebben. Onze gids legt ons de “spelregels” uit van de zoektocht. Met een groep van 8 personen, twee Polen, twee Fransen en twee andere Nederlanders gaan we erop uit. Kiwi’s zijn nachtdieren. Hun zicht is beperkt maar hun reuk daarentegen is uitstekend. Met hun neus wroeten ze in de aarde op zoek naar zaden, wormpjes en insecten. Dit scharrelen kun je horen evenals het stappen van deze vogel door het struikgewas. Er zijn vijf Kiwisoorten bekend en de Kiwi die hier zou rondlopen is het soort waarvan er het minst zijn, de Brown Kiwi. Voor het vertrek krijgen we nog even wat geluidsfragmenten te horen zodat we weten waar we naar moeten luisteren. In mijn oren klinkt het als een gillend kind! Makkelijk te onthouden. Met de auto naar een parkeerplaats en vervolgens het bos in. Na een stuk gelopen te hebben krijgen we de laatste instructies. Aangezien het straks pikkedonker is en we zonder licht door het bos moeten krijgen we opdracht om op armlengte van elkaar te lopen. Ook krijgen we instructie wat we moeten doen als de gids stopt en hoe we ons moeten opstellen als er een Kiwi in aantocht is. Het zou namelijk vervelend zijn dat als er een Kiwi ons pad kruist de voorste hem wel ziet en degenen achter hem op het smalle paadje niet. Daar heeft hij geluidjes voor, erg handig in het donker. De voorste en de achterste personen krijgen, voor de communicatie en veiligheid, een walkietalkie waardoorheen gefluisterd kan worden voor instructies als de gids te ver weg van ons is. In dit geval kreeg ik een walkietalkie waardoor Janneke en ik achteraan moesten lopen. Na deze laatste oefeningen gingen we definitief op weg. Kort achter elkaar liepen we over smalle bospaadjes en het werd steeds donkerder. We moesten zo geruisloos mogelijk lopen. Met regelmaat stopten we om te luisteren of we wat hoorden. Daarbij mochten we zelf geen geluid maken. Voor vertrek waren onze kleren ook al onderworpen aan een geluidstest! En dat stilstaan was nog best wel een uitdaging. Er zoemde genoeg muggen om je gezicht. Na een tijdje te hebben staan luisteren meende Janneke en ik iets te horen. De gids stond echter aan de andere kant van de rij en gaf herhaaldelijk middels geluidjes aan dat we allemaal zijwaartse stapjes in zijn richting moesten maken. Via de walkietalkie gaf hij nog wel aan mij door dat ik goed op de struiken moest letten. Maar oké, voor ons gevoel liepen we nu verder weg van het geluid wat wij hadden gehoord. Plotseling kwam de gids voorzichtig naar onze kant toe en gaf aan dat we hem stil moesten volgen. Dus liepen we weer iets terug. Nu liepen Janneke en ik wel vooraan. Na een seintje van de gids stopte we en gaf hij een teken dat iedereen moest opletten. Plotseling deed hij zijn rode lamp aan. En ja hoor, in het schijnsel van zijn rode lamp zagen we op enkele meters voor ons een Kiwi het pad oversteken. De euforie, wel in stilte natuurlijk, was erg groot. Maar ik was ook wel enigszins verbaasd. Nu ben ik maar een simpel mens en denk ik veel in plaatjes. Als iemand Kiwi tegen mij zegt denk ik aan zo’n klein bruin dingetje op de groente afdeling van de supermarkt. En als iemand ook nog eens tegen mij zegt dat we op zoek gaan naar de kleine Brown Kiwi dan verwacht ik ook iets kleins. Maar wat hier het pad overstak was al gauw 50 keer groter dan die kiwi uit de fruitmand. En dan de uitstraling van het dier. Misschien lag het aan het rode licht maar ik had gewoon het gevoel dat ik naar een komisch tafereel uit één of andere dierentekenfilm zat te kijken. Een beetje vergelijkbaar met een olifant die zich achter een boom probeert te verstoppen. Maar welk beeld je er ook bij krijgt, wij hebben hem gezien. Een geslaagde avond. De gids wilde graag nog meer Kiwi’s spotten dus gingen we geruisloos in het pikkedonker verder. Op de gevaarlijke stukken deed hij zijn rode licht aan. Je zou niet willen dat er iemand de diepte in verdwijnt. Gelukkig hadden wij ook onze rode lampje bij ons als “ervaren Kiwi spotters” wat het lopen soms wel wat makkelijker maakte. Maar het bleef goed opletten. Zekers als je achteraan liep. Soms moest je stilhouden om te luisteren. En in het pikdonkere bos gaat je blik dan snel naar de prachtige sterrenhemel waar je gewoon bij weg droomt. Plotseling merk je dat iedereen stilletjes is verder gelopen. Ja, zo geruisloos ging dat. Dan er gauw achteraan om vervolgens tegen de laatste in de rij te botsten die alweer stilstaat. Het was zo donker en iedereen zo stil dat je soms moest voelen of er iemand nog naast je stond. Uiteindelijk hebben we nog wel in de verte een andere Kiwi gehoord en bijna hadden we een tweede gezien maar het bleef bij deze ene ontmoeting. Hoe dan ook het was een hele geslaagde avond en we hebben ondanks de muggen een paar leuke uurtjes in het donkere bos doorgebracht. Terug naar de camper en met een goed gevoel in slaap gevallen.
9-11-2017: Na een rustig nachtje en een ontbijtje hebben we nog een wandeling langs het strand en de rotsen gemaakt op aanraden van de Kiwi-gids. Aangezien we rekening moesten houden met de vloed konden we niet al te ver lopen anders was onze terugweg afgesloten. Vanaf het strand keek je omhoog tegen de rotsen aan waarover het regenwoud heen hing. Tussen sommige rotsen kwamen mooie kleine watervalletjes naar beneden. Op het strand waren een paar jonge zeeberen die, in tegenstelling tot de zeeberen die we eerder hadden gezien, nog niet erg gewend waren aan mensen. Zodra ze ons bemerkte zetten zij het op een rennen om zo snel mogelijk in het water te komen. Enerzijds leuk om te zien hoe ze over het strand rennen, anderzijds toch ook vervelend dat we ze gestoord hebben. Na de wandeling zijn we vertrokken naar onze volgende bestemming. Deze lag maar 30 km verderop. Naar een plaatsje aan de voet van de Franz Josef Gletsjer. Op weer een prachtige camping stonden we aan de voet van een paar prachtige alpenreuzen. Althans daar gingen we vanuit. In de tussentijd was het alweer gaan regenen en je zag niet veel. Gelukkig hadden we dit van te voren zien aankomen en de activiteit die we hier gepland hadden voor morgen geboekt. Degene die het voor vandaag hadden geregeld werden teleurgesteld want alles was voor vandaag afgelast. En wat dat is komt de volgende keer.

Lieve groetjes!